Een verslag van de 8e Conferentie van Maastricht,
een 40 jarig jubileum.

Ja Nu - header

“Iedereen heeft het gevoel dat hij er wat mee moet, met de kwestie over de relatie actualiteit- theater, maar hoe dan?”. Aldus Karin Veraart in een artikel in De Volkskrant waarin ze terugblikt op het theater seizoen 2005/ 2006. 
Wie een conferentie organiseert over theater en actualiteit verzamelt best alle belanghebbenden om de stand van zaken en het perspectief op de toekomst eens flink onder de loep te nemen.
Welnu, dat gebeurde op 16,17 en 18  november in Maastricht, toneelstad bij uitstek met zijn fameuze  opleiding, de Toneelacademie, zijn spraakmakend productiehuis het Huis van Bourgondië,  een nationaal erkend professioneel toneelgezelschap Het Vervolg, het Platform van Toneelauteurs, het Theater aan het Vrijthof en de Vlaams/Nederlandse Stichting Dramaastricht. Zij sloegen voor Ja, Nu de handen ineen met theaterauteurs, een uitgeverij en twee fondsen om actualiteit en theater van alle kanten te belichten.

Met voorstellingen, interviews, rondetafelgesprekken, discussies, lezingen, viewings en readings creëerden de samenwerkende partners een podium voor verbeelding, ontmoeting en gesprek. Een toneel dat ruim plaats biedt aan het werk, de positie en de visie van studerend theatermaker en beginnend auteur tot die van beleidsmaker, erkend theatermaker en auteur, werkgever, subsidiënt en uitgever.En vanzelfsprekend was het publiek een onmisbare partner, die op alle niveau’s participeerde.  

Maastricht is Maastricht niet als er niet naast het serieuze en studieuze ook een bourgondische en feestelijke toon werd  gezet met veel ruimte voor informele ontmoetingen voor de ruim 200 deelnemers en bezoekers.Helemaal feestelijk werd het met de uitreiking van twee prominente prijzen, namelijk de Nederlands-Vlaamse Taalunie Toneelschrijfprijs  aan Kris Cuppens en de Hustinxprijs voor dramaschrijfkunst aan Arne Sierens door Minister Maria van der Hoeven op zaterdag de 18e november in de Toneelacademie Maastricht.

De tweejaarlijkse conferentie van Maastricht, vele jaren georganiseerd samen met het Algemeen-Nederlands Verbond, vormde dit maal een onderdeel van deze bredere Ja Nu manifestatie. Op deze wijze kon het 40 jarige jubileum op een bijzondere manier gevierd worden.
Deze 8e conferentie stond  in het teken van het thema Schrijven voor Comedy met als ondertitel: Mag het pijn doen?

Naast een inleiding (zie verder) van  Paul De Bruyne, docent aan de Universiteit van Maastricht en ondermeer voorzitter van de Krijtkring in Brussel leidde journalist en televisiepresentator Joris Luyendijk de discussies over dit onderwerp. In het panel hadden de Nederlandse en Vlaamse makers en acteurs Sien Eggers, Brigitte Baake, Mark Timmer en Jan Eelen zitting. Zij leenden zich voor een bijzonder geanimeerde discussie ook met de deelnemers in de zaal.Het gesprek werd kracht bijgezet door vertoning van fragmenten uit comedyseries en van korte interviews met Nederlandse en Vlaamse kijkers.

Het programma werd aangevuld met een breakfastmeeting met John Schleipen en een voorstelling  van  Abigail’s Party door Het Vervolg. Deze succesvolle voorstelling, in het programma ingebracht door de Afdeling ANV der beide Limburgen met steun van het hoofdbestuur, werd uitgevoerd voor een uitverkochte zaal. De Afdeling, die ook aan de organisatie van de conferentie zelf de nodige medewerking had verleend,  had daarvoor de leden en sympathisanten van de Afdeling, de Orde van de Prince en de Marnixring uitgenodigd.

Met Arne Sierens kon Dramaastricht opnieuw een zeer opmerkelijke theaterpersoonlijkheid huldigen.

De jury met Toon Brouwers als voorzitter en als leden Peter Benoy, Ignace Cornelissen en Kees Holierhoek  motiveerde haar keuze als volgt :

De laatste decennia is Arne Sierens (*1959) waarschijnlijk de meest productieve theaterauteur van Vlaanderen. Hoewel hij over Vlaamse mensen en toestanden schrijft in een echt Vlaams (meer specifiek Gents) idioom, worden zijn teksten ook in Nederland gespeeld en - in vertaling - in diverse Europese landen. Opvallend is het succes dat hij met Maria eeuwigdurende bijstand (2004) behaalde op het Festival te Avignon in 2005, waar het in het Frans werd gespeeld onder de titel Marie éternelle consolation.

Het stuk is door en door Vlaams, of nog meer precies: door en door Gents. Toch zijn de alledaagse dialogen niet zomaar ‘uit het leven gegrepen’, maar een paradigma voor de authentieke, veelal miserabele wereld van de ‘kleine man’. Sierens hanteert op een uitstekende wijze de anekdotiek, om naar het essentiële of het universele te graven. Met stelligheid beweert Sierens dat hij niet met volkstheater bezig is, alle anekdotiek poogt te vermijden en niet in het Gents dialect wil schrijven. Wat hij uiteindelijk allemaal beslist toch wél doet, zij het niet om het volkstheater, om de anekdotiek of om het dialect. Wel omdat het middelen zijn om naar de essentie te graven. Omdat het middelen zijn tot uitzuivering en verdieping.

De auteur zegt zelf over zijn werk dat hij géén ‘tranche de vie’ serveert. Volgens hem gaan zijn stukken over het totale leven. Hij geeft in zijn teksten inderdaad niet één stuk van dat leven maar diverse kleine stukjes, die in elkaar passen als een puzzel. En die uiteindelijk een intrigerend en pakkend beeld geven van “de gewone mens”, die dagelijks het gevecht moet aangaan om het armzalig bestaan.

Of Arne Sierens met Hugo Claus of met Louis Paul Boon mag vergeleken worden (zoals enkele commentatoren dat graag doen) laten we nog even in het midden. Wél doemt er in zijn werk eenzelfde boeiende achtergrond op: een authentieke, een volkse, een Vlaamse. Een wereld vol met kleine, dorpse, kleinsteedse of provinciale Vlaamse anekdotiek, die Sierens (net zoals zijn illustere voorgangers) echter zo weet te draaien en te keren, dat hij er verrassend universeel gaat uitzien”

Jan Volleberg

 

decoratie